Refined Fashion for Every Occasion

Timeless pieces curated to elevate your wardrobe
Edit Template

Wishlist

    No Products in the Wishlist

Welke maat kies je voor een naaipatroon?

Welke maat kies je voor een naaipatroon?

Je hebt een mooie stof gevonden, een naaipatroon uitgekozen en je bent klaar om te beginnen. Maar dan komt de eerste belangrijke vraag: welke maat moet je kiezen?

Misschien draag je in de winkel meestal maat 38, terwijl de maattabel van het naaipatroon maat 42 aangeeft. Of je dochter is 128 cm lang, maar haar borstomvang past beter bij een andere maat. Welke maat moet je dan aanhouden?

Geen zorgen! Het kiezen van de juiste maat voor een naaipatroon is makkelijker dan je denkt. Met een meetlint, een goede maattabel en een paar handige tips kun je veel beter inschatten welke maat bij jou of je kind past.

In deze blog leggen we stap voor stap uit hoe je een maattabel gebruikt, welke lichaamsmaten belangrijk zijn en wat je kunt doen als je tussen twee maten valt.

1. Waarom is de maattabel zo belangrijk?

Een naaipatroon kies je niet op dezelfde manier als kleding in een winkel. De maat die je gewend bent te dragen, is namelijk niet automatisch de juiste maat voor een naaipatroon.

Iedere patroonontwerper werkt met eigen maattabellen, basispatronen en pasvormen. Daardoor kan maat 38 bij het ene merk andere lichaamsmaten hebben dan maat 38 bij een ander merk.

Daarom geldt bij het kiezen van een naaipatroon één belangrijke regel: kies je maat op basis van je lichaamsmaten en de maattabel die bij het betreffende patroon hoort.

Gebruik dus niet zomaar een maattabel van een ander merk en ga niet uitsluitend af op de maat die je normaal in de winkel koopt.

Dit geldt zowel voor damespatronen als voor kindernaaipatronen. Bij kinderen is het bovendien belangrijk om niet alleen naar de leeftijd te kijken. Twee kinderen van dezelfde leeftijd kunnen behoorlijk verschillen in lengte en lichaamsbouw.

2. Welke lichaamsmaten moet je opmeten?

Voordat je een maat kiest, is het belangrijk om je lichaamsmaten nauwkeurig op te meten. Gebruik hiervoor een soepel meetlint en meet rechtstreeks op het lichaam, eventueel over dunne kleding.

Zorg ervoor dat je ontspannen en rechtop staat. Trek het meetlint niet te strak aan, maar laat het ook niet los hangen.

De belangrijkste maten voor dames

Borstomvang

Meet rondom het volste gedeelte van je borsten. Houd het meetlint horizontaal over je rug en zorg ervoor dat het niet omhoog of omlaag loopt.

Tailleomvang

Meet rondom het smalste gedeelte van je taille. Dit is niet altijd de plek waar je normaal de tailleband van je broek draagt.

Heupomvang

Meet rondom het breedste gedeelte van je heupen en billen. Controleer in een spiegel of het meetlint rondom horizontaal loopt.

Lichaamslengte

Meet vanaf de bovenkant van je hoofd tot aan de vloer, zonder schoenen. Je lichaamslengte helpt je te beoordelen of de standaardlengte van het patroon bij je past.

Afhankelijk van het kledingstuk kunnen ook andere maten belangrijk zijn, zoals je bovenarmomvang, schouderbreedte, ruglengte of binnenbeenlengte.

De belangrijkste maten voor meisjes

Bij meisjes zijn vooral de volgende maten belangrijk:

Lichaamslengte

Meet vanaf de bovenkant van het hoofd tot aan de vloer. Laat je dochter rechtop staan, met haar voeten plat op de grond.

Borstomvang

Meet rondom het volste gedeelte van de borst, met de armen ontspannen langs het lichaam.

Tailleomvang

Meet rondom de natuurlijke taille. Bij jonge kinderen kan het handig zijn om extra goed te controleren waar de tailleband van het betreffende kledingstuk komt te zitten.

Heupomvang

Meet rondom het breedste gedeelte van de heupen en billen. Deze maat is vooral belangrijk bij broeken, leggings, rokken en aansluitende jurken.

Bij kinderen is het verstandig om de maten opnieuw op te meten voordat je aan een nieuw naaiproject begint. Kinderen groeien soms sneller dan je verwacht!

3. Hoe kies je de juiste maat met behulp van de maattabel?

Heb je alle maten genoteerd? Dan kun je ze vergelijken met de maattabel van het naaipatroon.

Neem de tijd om de verschillende maten afzonderlijk te bekijken. Het is heel normaal dat niet al je lichaamsmaten bij dezelfde patroonmaat passen.

Een voorbeeld voor dames

Stel dat je de volgende maten hebt opgenomen:

  • Borstomvang: 96 cm

  • Tailleomvang: 80 cm

  • Heupomvang: 104 cm

Wanneer je deze maten in de maattabel opzoekt, kan het zijn dat je borstomvang bij maat 40 past, je taille bij maat 42 en je heupomvang bij maat 40.

Welke maat kies je dan?

Dat hangt af van het kledingstuk dat je gaat maken.

Voor een blouse is de borstomvang vaak een goed uitgangspunt. Daarna controleer je of de taille, schouders en overige maten voldoende ruimte bieden.

Voor een broek kijk je vooral naar de taille- en heupomvang. Bij een jurk zijn zowel de bovenwijdte als de taille en heupen belangrijk, afhankelijk van het model.

Je hoeft dus niet altijd één maat voor het hele kledingstuk te kiezen. Bij veel naaipatronen kun je verschillende maten met elkaar combineren.

Let op: de genoemde maten zijn uitsluitend een voorbeeld. Gebruik altijd de werkelijke maattabel van het patroon dat je gaat naaien.

Een voorbeeld voor meisjes

Stel dat je dochter 128 cm lang is. Haar borstomvang past bij maat 128, maar haar heupomvang past bij maat 134.

Voor een blouse kan maat 128 een goed uitgangspunt zijn, terwijl je voor een broek eerder naar maat 134 kijkt.

Bij een jurk hangt het af van de snit en de pasvorm. Misschien past maat 128 goed bij het bovenlijf, maar moet je de rok of het heupgedeelte aanpassen.

Het belangrijkste is dat je niet automatisch een grotere maat kiest voor het hele kledingstuk wanneer slechts één lichaamsmaat afwijkt.

4. Wat als je tussen twee maten valt?

Dit komt heel vaak voor, zowel bij dames als bij kinderen. Gelukkig betekent het niet dat je het naaipatroon niet kunt gebruiken.

Welke oplossing het beste werkt, hangt af van het kledingstuk, de stof en het verschil tussen je maten.

Optie 1: kies de maat die past bij het belangrijkste meetpunt.

Bij een blouse of top kijk je eerst naar de borstomvang en de pasvorm rond de schouders. Bij een broek zijn de taille en heupen belangrijker.

Optie 2: combineer twee maten.

Bij een patroon met meerdere maatlijnen kun je bijvoorbeeld bij de borst maat 40 volgen en geleidelijk naar maat 42 overgaan bij de taille.

Teken de overgang vloeiend, zodat je geen plotselinge hoeken of onregelmatige lijnen krijgt. Controleer ook of de voor- en achterpanden en de bijbehorende patroondelen goed op elkaar aansluiten.

Optie 3: pas de lengte aan.

Bij kinderen kan de lichaamslengte goed overeenkomen met de patroonmaat, terwijl de breedte niet helemaal klopt. In dat geval kun je de breedte aanpassen en de lengte behouden die bij je kind past.

Bij dames kan het nodig zijn om het patroon te verlengen of te verkorten, bijvoorbeeld bij de mouwen, het bovenlijf of de broekspijpen.

Let op: zomaar een grotere maat kiezen is niet altijd de beste oplossing. Een grotere maat kan ook bredere schouders, grotere armsgaten of langere mouwen opleveren, terwijl je die extra ruimte misschien helemaal niet nodig hebt.

5. Waarom moet je rekening houden met de pasvorm en de stof?

De juiste maat kiezen is meer dan alleen lichaamsmaten vergelijken. Ook het model en de stof spelen een belangrijke rol.

Een nauwsluitende top vraagt om een andere pasvorm dan een oversized blouse. Een broek met stretch heeft andere eigenschappen dan een broek van stevige geweven katoen.

Bij het ontwerpen van een naaipatroon wordt rekening gehouden met extra ruimte voor beweging en met de gewenste uitstraling van het kledingstuk. Deze ruimte wordt in het Nederlands vaak aangeduid als bewegingsruimte of pasvormruimte en in het Engels als ease.

Er zijn drie begrippen die handig zijn om te kennen:

Positieve ruimte

Het kledingstuk is groter dan het lichaam. Deze extra ruimte zorgt ervoor dat je comfortabel kunt bewegen en bepaalt mede hoe ruim het kledingstuk valt.

Negatieve ruimte

Het kledingstuk is kleiner dan het lichaam en rekt mee wanneer je het aantrekt. Dit komt bijvoorbeeld voor bij nauwsluitende leggings en tops van elastische stoffen.

Ontwerpruimte

Dit is de extra ruimte die bewust wordt toegevoegd om een bepaalde stijl te creëren. Denk aan een oversized blouse, wijde mouwen of een losvallende jurk.

Daarom is het niet verstandig om automatisch een maat groter of kleiner te kiezen omdat je een kledingstuk ruimer of strakker wilt dragen. Kijk eerst naar de omschrijving van het patroon en, als die beschikbaar zijn, de afmetingen van het afgewerkte kledingstuk.

Zo voorkom je dat je bijvoorbeeld een ruimvallende blouse maakt die niet alleen wijder is, maar ook te lange mouwen en te brede schouders heeft.

6. Wat is het verschil tussen lichaamsmaten en kledingmaten?

Dit is een belangrijk verschil dat regelmatig voor verwarring zorgt.

Een lichaamsmaattabel geeft de afmetingen van het lichaam waarvoor een bepaalde patroonmaat is ontworpen.

Een maattabel met afgewerkte kledingmaten geeft de afmetingen van het kledingstuk nadat het is genaaid.

Deze twee tabellen hebben dus een ander doel.

Stel dat je borstomvang 96 cm is en het afgewerkte kledingstuk een borstomvang van 104 cm heeft. Dan is er 8 cm verschil.

Die extra ruimte kan nodig zijn om comfortabel te kunnen bewegen of om de gewenste losse pasvorm te bereiken.

Bij een aansluitend kledingstuk kan het verschil kleiner zijn. Bij een oversized model kan het juist aanzienlijk groter zijn.

Gebruik daarom de lichaamsmaattabel om je patroonmaat te bepalen en de afgewerkte kledingmaten om te beoordelen hoe het kledingstuk zal vallen.

Meet niet zomaar de patroondelen op en vergelijk die rechtstreeks met je lichaamsomvang. De patroondelen kunnen naadtoeslagen bevatten of nog op een andere manier moeten worden samengesteld. Bovendien is de benodigde ruimte voor de pasvorm niet altijd direct zichtbaar aan één los patroondeel.

7. Moet je voor meisjes altijd de lichaamslengte volgen?

Bij kindernaaipatronen is de lichaamslengte een belangrijk uitgangspunt, maar het is niet de enige maat waarop je moet letten.

Een kind van 128 cm kan bijvoorbeeld een smalle bouw hebben, terwijl een ander kind van dezelfde lengte een bredere borst- of heupomvang heeft.

Daarom is het verstandig om altijd de lichaamslengte én de relevante lichaamsomvang te controleren.

Komt de lengte overeen met maat 128, maar is de borstomvang duidelijk groter? Dan kan het nodig zijn om de breedte van het patroon aan te passen.

Is de borstomvang juist kleiner? Dan kan maat 128 nog steeds geschikt zijn voor de lengte, maar wil je misschien de breedte aanpassen.

Let ook op de lichaamsverhoudingen. De ene dochter heeft langere benen en een korter bovenlijf, terwijl de andere juist een langer bovenlijf heeft.

De standaardlengte van een naaipatroon is een uitgangspunt. Je kunt het patroon waar nodig aanpassen aan het kind waarvoor je naait.

En nog een praktische tip: kies niet automatisch een veel grotere maat omdat je wilt dat je dochter het kledingstuk langer kan dragen. Een te grote maat kan ervoor zorgen dat schouders, armsgaten en taillebanden niet goed zitten. Soms is het beter om de juiste maat te kiezen en alleen wat extra lengte aan de zoom toe te voegen.

8. Welke maat kies je bij een blouse, jurk of broek?

Niet ieder kledingstuk vraagt om dezelfde aanpak. Gebruik daarom het volgende overzicht als praktische richtlijn.

Blouse of top

Begin meestal bij de borstomvang. Controleer vervolgens de schouderbreedte, de bovenarm en de taille, afhankelijk van het model.

Jurk

Kijk naar de borstomvang, taille en heupen. Bij een wijd uitlopende jurk kan de heupomvang minder bepalend zijn dan bij een aansluitend model.

Broek

Let vooral op de taille en heupen. Controleer daarnaast de lengte van het binnenbeen, de bovenbeenwijdte en de kruisdiepte wanneer het patroon deze maten relevant maakt.

Legging

Kijk naar de maattabel en de aanbevolen stof. Bij een legging is de rekbaarheid van de stof belangrijk, omdat het patroon mogelijk is ontworpen met negatieve ruimte.

Sweater

Controleer de borstomvang, de bovenarm en de gewenste ruimte rond het lichaam. Een sweater van rekbare tricot vraagt om een andere beoordeling dan een ruime sweater van een minder elastische stof.

Deze richtlijnen zijn een vertrekpunt. De specifieke instructies en maattabel van het naaipatroon blijven altijd leidend.

9. Veelgemaakte fouten bij het kiezen van een patroonmaat

Wil je voorkomen dat je na het knippen ontdekt dat de maat niet goed is? Let dan op de volgende punten.

Je kiest dezelfde maat als in de winkel.

Confectiematen en patroonmaten zijn niet automatisch gelijk. Controleer daarom altijd je lichaamsmaten.

Je meet te strak of te los.

Een meetlint dat te strak wordt aangetrokken, geeft een andere uitkomst dan een meetlint dat los hangt. Meet nauwkeurig en houd het lint horizontaal.

Je gebruikt een oude maattabel voor je kind.

Kinderen groeien snel. Meet opnieuw voordat je aan een nieuw project begint.

Je kijkt alleen naar de borstomvang of alleen naar de lengte.

Eén maat vertelt niet altijd het hele verhaal. Controleer ook de andere relevante maten.

Je vergeet de pasvorm van het kledingstuk.

Een nauwsluitende top, een rechte blouse en een oversized model hebben verschillende hoeveelheden ruimte nodig.

Je kiest automatisch een grotere maat om langer plezier van het kledingstuk te hebben.

Meer ruimte is niet altijd comfortabeler. Een te grote maat kan de verhoudingen van het kledingstuk veranderen.

Je knipt meteen de stof zonder het patroon te controleren.

Neem eerst de tijd om de maattabel te bekijken en te beoordelen of het patroon eventueel aangepast moet worden.

10. Onze gouden tip: neem de tijd voordat je gaat knippen

Een goed passend kledingstuk begint niet bij de naaimachine, maar bij het kiezen van de juiste patroonmaat.

Neem daarom altijd even de tijd om je lichaamsmaten op te meten, de maattabel te controleren en de pasvorm van het gekozen model te bekijken.

Bij IP-Patterns vind je maattabellen voor dames en meisjes die je helpen om een geschikte patroonmaat te kiezen. Gebruik steeds de maattabel die bij het patroon hoort dat je wilt maken.

Twijfel je tussen twee maten? Kijk dan eerst welk meetpunt het belangrijkst is voor het kledingstuk en controleer of het patroon mogelijkheden biedt om maten te combineren.

Met een goede voorbereiding voorkom je onnodige aanpassingen achteraf en kun je met meer vertrouwen aan je naaiproject beginnen.

Want zelf kleding maken is juist zo leuk omdat je niet alleen de stof en het model kiest, maar het kledingstuk ook kunt aanpassen aan de persoon voor wie je naait.

Veel naaiplezier!

Liefs,
IP-Patterns

Leave a Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Related Posts

  • All Posts
  • Kinderpatronen
  • Modegeschidenis
  • Naaitips
  • Outfits
  • PDF-Naaipatronen
  • Trends

Bij IP-Patterns vind je fijne naaipatronen voor kinderen en vrouwen, waarmee je met plezier zelf kleding maakt die mooi zit en helemaal bij jou past

Handige Links

Contact Info

info@ip-patterns.com

© 2025  IP-Patterns